Buitenlandse roots: een obstakel op weg naar werk

Buitenlandse roots: een obstakel op weg naar werk

De allereerste wetenschappelijke studie over de origine van Brusselse werkzoekenden toont aan dat het moeilijker is om werk te vinden als je buitenlandse roots hebt, ook als je een diploma hebt.

Voor de eerste keer heeft het Brussels Gewest een diversiteitsmonitoring die focust op werkzoekenden. Op vraag van Didier Gosuin, Brussels minister van Economie, Werk en Beroepsopleiding, onderzocht view.brussels, het Brussels observatorium voor werk en opleiding, voor de allereerste keer de invloed van origine op tewerkstellingskansen. De centrale vraag: “Is het in Brussel moeilijker om een job te vinden als je van buitenlandse origine bent?”

In de studie met titel “Profiel en traject van de werkzoekenden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Monitoring volgens origine.” wordt afkomst telkens in de analyse meegenomen. Vervolgens wordt de invloed van de afkomst van een werkzoekende gekruist met geslacht, opleidingsniveau of woonplaats. Die nieuwe invalshoeken leidden tot enkele belangrijke conclusies.

 

5 opvallende vaststellingen

 

1. De ongelijkheid op de arbeidsmarkt volgens origine is zeer groot en structureel

 

  • Bevolkingsgroepen van niet-EU-oorsprong zijn oververtegenwoordigd in de werkloosheid en ondervertegenwoordigd in de tewerkstelling. Zo is de werkloosheidsgraad van Brusselaars met Maghrebijnse of Afrikaanse roots 3 tot 4 keer hoger dan bij Brusselaars van Belgische origine.
  • Jongeren van subsahariaanse oorsprong vinden het moeilijkst een job. 3 jaar nu hun inschrijving bij Actiris als werkzoekende hebben zij het vaakst geen job, ondanks hun sterke aanwezigheid in opleidingen.

 

 Werkloosheidsgraad volgens origine en geslacht  (4e trimester 2015)

Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels
Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels

 

De tijd die iemand werkt over een periode van 3 jaar verschilt sterk naargelang de afkomst.

Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels
Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels

 

  

2.     Zelfs bij gelijke diploma’s hebben Brusselaars van niet-Europese afkomst het moeilijker om een job te vinden.

 

Bij een gelijk opleidingsniveau zijn de doorstroomcijfers naar werk minder hoog dan bij de Brusselaars met Belgische roots.

 

Percentage jongeren (<30) dat werk heeft 3 jaar na hun inschrijving

Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels
Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels

 

 

 3.     De niet-erkenning van buitenlandse diploma’s heeft de grootste impact op Brusselse werkzoekenden van Sub-Saharaanse oorsprong

 

Aandeel jongeren met buitenlands diploma dat er langer dan 2 jaar over doet om een “lange” job (>3 maanden) te bemachtigen

Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels
Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels

 

 

 

4.     Vrouwen met afkomst buiten de Europese Unie zijn de meest kwetsbare groep

Ze zijn op drie manieren kwetsbaar. Ze hebben meer kans:

  • op werkloosheid
  • om geen vervangend inkomen (werkloosheidsuitkering) te hebben wanneer ze geen job hebben
  • om, eens ze werk hebben, niet uit laagbetaalde, minder bevredigende en fysiek veeleisende jobs (horeca, zorg, poetsen) te geraken.

De ondertewerkstelling is het sterkst bij jonge vrouwen van Maghrebijnse en Turkse afkomst. Nochtans zijn ze gemiddeld hoger opgeleid dan hun mannelijke tegenhangers. Dat kan verklaard worden door specifieke obstakels op de weg naar werk. Een voorbeeld daarvan is het dragen van een hoofddoek.

 

 

Ze staan vaker aan het hoofd van een eenoudergezin. Dat weegt op hun kansen op het vinden van een job.

Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels
Bronnen: KBSZ, Actiris, berekeningen view.brussels

  

 

5.     Er bestaan sterke verbanden tussen woonplaats, oorsprong en werkloosheid

 Er kunnen twee belangrijke verbanden vastgesteld worden:

  • Dat tussen woonplaats en oorsprong: de werkzoekenden van Turkse, Maghrebijnse en Oost-Europese afkomst wonen vaker in de “arme sikkel” van Brussel dan hun tegenhangers van Belgische afkomst.
  • Dat tussen de wijk waar iemand woont en de kans op werk: de tewerkstellingsgraad bij jongeren is systematisch lager in de arme sikkel dan in de rest van het Brussels Gewest.

 

 

Aanbevelingsvoorstellen

 

  • Systematisch gebruik maken van de variabele origine in de werkloosheids- en werkgelegenheidsstatistieken en dit kaderen in een evolutief perspectief.
  • Een kwalitatieve benadering voor het onderzoek naar etnische en raciale discriminatie ontwikkelen.
  • De representativiteit binnen de overheidsinstellingen vergroten.
  • De instrumenten voor de strijd tegen discriminatie inzake tewerkstelling en de bevordering van diversiteit versterken.
  • De acties en kaderovereenkomsten op sectorniveau versterken.
  • De controle-instrumenten versterken en meer proactieve testings mogelijk maken.
  • De kwalificaties van personen met een buitenlands diploma erkennen door vereenvoudiging van de procedure, het gratis maken en de erkenning meer aanmoedigen.
  • Interfederale maatregelen en acties ondersteunen, een ambitieus plan uitwerken op vlak van racismebestrijding en de strategie voor de integratie van Roma evalueren.

Over de methodologie

  • Wanneer is iemand van “buitenlandse afkomst” ?
    De definitie van origine is dezelfde als die gebruikt door de Socio-economische monitoring van FOD Werk en Unia. Iemand is van buitenlandse afkomst als:
    ·        hij of zij bij geboorte een andere nationaliteit had
    ·        hij of zij op het moment van de studie een andere nationaliteit had
    ·        hij of zij minstens één ouder met een andere nationaliteit heeft.

 

  • Welke werkzoekenden werden in de analyse onderzocht ?
    De analyse werd uitgevoerd bij werkzoekenden ingeschreven tussen 2013 en 2016. Het doel: hun parcours over drie jaar bestuderen.

 

  • Bronnen: Actiris en KBSZ, berekeningen: view.brussels

 

Didier Gosuin, Brussels minister van Economie, Werk en Beroepsopleiding: “In Brussel is er een groot probleem van discriminatie bij aanwerving. Daarom voerde ik in 2016 een plan in met 10 maatregelen om er tegen te strijden. Een van die maatregelen was een uitgebreide diversiteitsmonitoring. Vandaag kunnen we dankzij deze studie het debat over etnische en raciale ongelijkheid op de arbeidsmarkt grondig voeren. Bovendien biedt de studie concrete aanbevelingen om meer werk te maken van een gelijke toegang tot werk voor alle Brusselaars.”                                                              
Grégor Chapelle, directeur-generaal van Actiris : “Maar liefst drie op vier Brusselaars heeft buitenlandse roots. Deze monitoring toont aan dat de ongelijkheid op de arbeidsmarkt volgens origine zeer groot én structureel is. Discriminatie zet een rem op onze economie en verhoogt de mismatch enkel verder. Daarom gaat Actiris de uitdaging aan: onze diversiteitsconsulenten kunnen gratis alle werkgevers begeleiden in hun evolutie naar een onderneming die even divers is als ons gewest.”
Cathy Van Remoortere, directrice view.brussels en diversiteitsdiensten Actiris: “Diversiteit en inclusie staan centraal in het verhaal dat Actiris de komende jaren wil schrijven. Hoe houden we de vinger aan de pols en spelen we in op de noden van onze kosmopolitische en snel veranderende omgeving? Het optimaliseren van de klantenervaring is fundamenteel. Het anti-discriminatieloket van Actiris begeleidt werkzoekenden die zich gediscrimineerd voelen bij aanwerving en de dienst diversiteit ondersteunt werkgevers die de diversiteit op de werkvloer willen versterken. Beide werden hervormd, beschikken over een ruime expertise, en staan klaar voor onze klanten!”                                                                                     
Khadija Senhadji, verantwoordelijke onderzoeker : “De conclusies van dit rapport wijzen allemaal in dezelfde richting: het is absoluut noodzakelijk om de al meer dan twintig jaar gekende mechanismes die ongelijke behandeling op basis van afkomst veroorzaken te stoppen.  Enkel een sterke politieke wil om de structurele ongelijkheid en discriminaties aan te pakken zal echt efficiënte maatregelen mogelijk maken.”

 

 

                     Download hieronder de volledige studie

Profiel en traject van de werkzoekenden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Monitoring volgens origine 20190628_Actiris_view.brussels_complet_NL.pdf - 9 MB

 

 

Contactgegevens:

Jan Gatz, woordvoerder Actiris, 0479 40 75 68 jgatz@actiris.be

Anna Mellone, persattaché minister Gosuin, 0474 39 17 70 amellone@gov.brussels

Over Actiris

Actiris is de Brusselse gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling. Als Brusselse openbare tewerkstellingsdienst is Actiris de centrale speler en leverancier van oplossingen voor de tewerkstelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Actiris concentreert zijn actie en middelen rond twee opdrachten: het garanderen van de matching tussen werkgevers en werkzoekenden en het organiseren van de doorstroming naar werk. Daarnaast is Actiris ook gemandateerd om het Brussels Observatorium voor de Werkgelegenheid te coördineren.

Voor meer informatie, zie www.actiris.be.

Actiris
Sterrenkundelaan 14, 1210 Brussel